Therapie vormen

In mijn praktijk bied ik verschillende vormen van therapie, waarvan ik er hier een aantal uitleg. De uiteindelijke keuze voor de behandelvorm hangt natuurlijk volledig af van uw persoonlijke situatie.

  • Acceptance and Commitment Therapy (ACT) is een therapievorm die je helpt een betekenisvol en voldoeninggevend leven te leiden, ook bij lastige emoties of gedachten. In plaats van onaangename gevoelens zoals verdriet, angst of spanning te vermijden, leer je ze te accepteren. Dit betekent niet dat je ze leuk moet vinden, maar dat je ze opmerkt zonder ertegen te vechten.

    ACT gaat ervan uit dat pijn en moeite bij het menszijn horen. Pogingen om deze gevoelens te controleren of vermijden maken het vaak erger. ACT helpt je te focussen op wat echt belangrijk voor je is – je waarden – en kleine stappen te zetten om naar die waarden te leven, ongeacht welke gedachten of gevoelens opkomen.

    Belangrijke onderdelen van ACT zijn:

    • Acceptatie: je gedachten en gevoelens toelaten zonder ze te veranderen of vermijden.

    • Mindfulness: bewust en rustig aanwezig zijn in het moment.

    • Waarden: ontdekken wat voor jou het belangrijkst is in het leven.

    • Toegewijde actie: betekenisvolle stappen zetten die passen bij jouw waarden, ook als het lastig is.

    Door ACT te oefenen, ontwikkel je psychologische flexibiliteit: het vermogen om met uitdagingen om te gaan en toch verbonden te blijven met wat je leven waardevol maakt. Veel mensen voelen zich hierdoor rustiger en meer gemotiveerd om een leven te leiden dat ze echt belangrijk vinden.

    Als je therapie overweegt, kan ACT een zachte en effectieve manier zijn om beter om te gaan met de ups en downs van het leven.

  • Affectfobie verwijst naar een veelvoorkomend psychisch patroon waarbij iemand bang is om bepaalde emoties te ervaren, zoals woede, verdriet, afhankelijkheid of juist vreugde en nabijheid. Deze angst kan zo sterk zijn dat gevoelens actief worden vermeden of afgeweerd. Bijvoorbeeld door boosheid weg te drukken uit angst de controle te verliezen, verdriet te blokkeren omdat het te overweldigend voelt, of behoefte aan nabijheid niet toe te laten uit vrees voor afwijzing.

    Hoewel deze vermijding begrijpelijk is – vaak ontstaan als bescherming in eerdere relaties – heeft zij op de lange termijn een prijs. Het structureel onderdrukken van emoties kan leiden tot spanningsklachten, angst, somberheid of relationele problemen. Emoties zijn immers richtinggevende signalen; zij helpen ons onze grenzen, verlangens en behoeften te herkennen.

    Affectfobietherapie is gericht op het doorbreken van deze vermijdingscirkel. In een veilige therapeutische relatie onderzoeken we welke gevoelens angst oproepen en welke automatische afweerpatronen daarbij actief worden. Een belangrijk onderdeel van de behandeling is exposure: het stapsgewijs toelaten en daadwerkelijk ervaren van de emoties die eerder werden vermeden.

    Dat betekent niet alleen voelen wat opkomt, maar ook oefenen met ander gedrag dan gebruikelijk. Bijvoorbeeld wél een grens aangeven in plaats van inslikken, wél verdriet tonen in plaats van afstand nemen, of nabijheid toelaten in plaats van terugtrekken. Door deze nieuwe ervaringen leert het brein dat gezonde emoties niet gevaarlijk zijn, maar juist helpend en verbindend.

    Het therapeutisch proces bestaat daarmee uit twee bewegingen:

    • het verminderen van angst en afweer rondom gevoelens

    • het versterken van het vermogen om emoties te verdragen, te reguleren en constructief te uiten

    Wanneer emoties niet langer vermeden hoeven te worden, ontstaat er meer innerlijke samenhang. Veel mensen ervaren minder angst en spanning, meer authenticiteit in relaties en een groter gevoel van regie.

    Kortom, affectfobietherapie helpt u om niet langer beschermd te leven tégen uw gevoelens, maar om ze te integreren als kompas voor een evenwichtiger en betekenisvoller leven.

  • Cognitieve gedragstherapie is een evidence-based behandelvorm die uitgaat van de samenhang tussen gedachten, gevoelens en gedrag. Niet alleen wat u meemaakt bepaalt hoe u zich voelt, maar vooral de betekenis die u eraan geeft.

    Binnen CGT onderzoeken we welke denkpatronen en gedragingen bijdragen aan het in stand houden van klachten, zoals angst, somberheid, onzekerheid of vermijding. Vaak gaat het om automatische gedachten of overtuigingen die ooit helpend waren, maar inmiddels belemmerend werken.

    De behandeling is doelgericht en gestructureerd. We brengen patronen in kaart en oefenen met:

    • het herkennen en bijstellen van niet-helpende gedachten

    • het doorbreken van vermijdingsgedrag

    • het aangaan van exposure bij angstklachten

    • het versterken van effectief en passend gedrag

    Door nieuwe ervaringen op te doen – bijvoorbeeld door situaties niet langer uit de weg te gaan of anders te reageren dan gebruikelijk – ontstaat correctieve feedback. Hierdoor neemt angst af en groeit het vertrouwen in het eigen vermogen om met moeilijke situaties om te gaan.

    CGT is effectief bij onder andere angststoornissen, depressieve stoornissen, dwangklachten, trauma-gerelateerde klachten en lichamelijk onvoldoende verklaarde klachten.

    De therapie is actief en samenwerkingsgericht: u leert vaardigheden die ook na afronding van de behandeling toepasbaar blijven in het dagelijks leven.

  • EMDR, wat staat voor Eye Movement Desensitization and Reprocessing, is een therapievorm die helpt bij het verwerken van moeilijke herinneringen, zoals traumatische ervaringen. Tijdens een sessie kijkt de cliënt naar een bewegend object of volgt hij de hand van de therapeut met zijn ogen, terwijl hij tegelijk aan de nare herinnering denkt. Deze oogbewegingen helpen het brein om de herinnering op een andere manier te verwerken, waardoor de emotionele pijn minder wordt. EMDR is effectief bij problemen zoals angst, stress en posttraumatische stressstoornis (PTSS). Het is een snelle en vriendelijke manier om beter om te gaan met moeilijke ervaringen.

  • Integratieve psychotherapie betekent dat je niet in één vaste behandelvorm wordt gegoten.

    In plaats van te werken volgens één methode, combineert een integratief psychotherapeut verschillende bewezen therapievormen. Wat je krijgt, wordt afgestemd op wie jij bent, waar je tegenaan loopt en wat op dit moment voor jou helpend is.

    Dat kan betekenen dat we bijvoorbeeld werken met gesprekken, oefeningen gericht op gedrag en gedachten, aandacht voor emoties, lichaamsreacties of oude patronen die je hebt ontwikkeld. Soms ligt de focus meer op het hier-en-nu, soms juist op ervaringen uit het verleden. Alles in een tempo dat bij jou past.

    Het uitgangspunt is dat klachten zelden maar één oorzaak hebben. Lichaam, emoties, gedachten, gedrag en je omgeving hangen met elkaar samen. Door deze aspecten samen te bekijken, ontstaat vaak meer inzicht én ruimte voor verandering.

    Kort gezegd:
    integratieve psychotherapie is maatwerk. Geen vast protocol, maar een behandeling die meebeweegt met jou en jouw proces — zorgvuldig, professioneel en met aandacht.

  • Schematherapie is een therapievorm die helpt om hardnekkige patronen te herkennen en te doorbreken die vaak al vroeg in je leven zijn ontstaan.

    We ontwikkelen allemaal bepaalde manieren om met onszelf, anderen en moeilijke situaties om te gaan. Soms zijn die helpend, maar soms blijven we vastzitten in patronen die ons later juist in de weg gaan — bijvoorbeeld in relaties, werk of in hoe streng je voor jezelf bent. In schematherapie noemen we deze terugkerende patronen schema’s.

    Samen kijken we waar deze schema’s vandaan komen, wat ze ooit voor je betekend hebben en waarom ze nu niet meer zo goed werken. Daarbij is er aandacht voor gedachten, gevoelens, gedrag én lichamelijke reacties. Je leert herkennen wanneer zo’n patroon wordt geactiveerd en krijgt handvatten om er anders mee om te gaan.

    Schematherapie is vaak verdiepend en persoonlijk. Het helpt om meer mildheid voor jezelf te ontwikkelen, beter voor je eigen behoeften te zorgen en gezondere keuzes te maken in contact met anderen.

    Kort gezegd:
    schematherapie helpt je oude patronen los te laten en ruimte te maken voor nieuw, gezonder gedrag — op een veilige, betrokken en professionele manier.

Wanneer is mijn praktijk niet passend?

Mijn praktijk richt zich op behandeling van volwassenen. In een aantal situaties is behandeling binnen mijn praktijk niet aangewezen of minder passend. In dat geval denk ik graag met u mee over een geschikte verwijzing.

U kunt niet bij mij terecht voor:

  • Behandeling van kinderen, jongeren en jongvolwassenen tot en met 21 jaar.
    Mijn praktijk is gericht op volwassenen vanaf 22 jaar. Indien een cliënt tijdens een lopend traject 22 jaar wordt, kan de behandeling in overleg worden voortgezet.

  • Ernstige psychiatrische aandoeningen, zoals schizofrenie en andere psychotische stoornissen.

  • Specifieke problematiek waarbij gespecialiseerde zorg aangewezen is, zoals dementie, verslavingsproblematiek of vroeg ontwikkelingsgerelateerde stoornissen (zoals autisme of ADHD) wanneer dit de primaire hulpvraag betreft.

  • Acute suïcidaliteit of crisisgevoeligheid.
    Gezien de beperkte bereikbaarheid van een vrijgevestigde praktijk is in crisissituaties behandeling binnen een instelling met 24-uurs bereikbaarheid en crisisdienst meer passend.

  • Suïcidaliteit tijdens behandeling.

    Wanneer tijdens de behandeling sprake is van (toenemende) suïcidaliteit of crisisgevoeligheid, bespreek ik dit direct met u. Uw veiligheid staat daarbij altijd voorop. In dergelijke situaties is aanvullende medische en/of crisiszorg noodzakelijk. De regie hiervoor ligt bij de huisarts, die – indien nodig – kan opschalen naar een crisisdienst of gespecialiseerde instelling. Behandeling binnen mijn praktijk kan uitsluitend worden voortgezet wanneer de huisarts het crisisgedeelte adequaat oppakt en er sprake is van voldoende veiligheid en ondersteuning. Indien dit niet het geval is, zal (tijdelijke) verwijzing naar een meer intensieve behandelsetting nodig zijn.

Wanneer tijdens de intake blijkt dat uw hulpvraag beter aansluit bij een andere vorm van zorg, zal ik u hierover zorgvuldig informeren en – indien gewenst – terugkoppelen aan uw huisarts.